“Che”
Ernesto “Che” Guevara
is voor de Cubanen een held. Op scholen beginnen de Cubaanse schoolkinderen met
het opzeggen van de leus: pioniers van het communisme, we zullen zijn zoals
Che. Overal in het land kom je borden tegen met zijn afbeelding.
Hij staat voor
de socialistische mens, een man van daden,
en is een icoon. Hij staat bekend als “Che”, een Argentijnse
uitdrukking aan hem gegeven door de Cubaanse bevolking, wat zoiets als makker
betekent. Door Fidel Castro en andere
leiders wordt hij gezien als de held van de revolutie. Hij is het symbool van
de revolutie. In de jaren 60 werd Che door de Franse filosoof, Jean Paul
Sartre, de meest complete mens genoemd.
In Spanje werd
hij door studenten uitgeroepen tot man van de eeuw. Door zijn
onzelfzuchtigheid, onvermoeibare inzet en marxistische overtuigingen werd hij
het idool van vele radicale jongeren.
Che was
onverschrokken en moedig. Maar hij was ook dichter, intellectueel en schreef
verhalen.
Che werd geboren
op 14 juni 1928 in Rosario, Argentinië. Hij had een goede band met zijn ouders,
vooral met zijn moeder en had een fijne jeugd.
Op jonge leeftijd kreeg hij astma. Zijn moeder besloot hem niet te
beschermend op te voeden. Men zegt dat het feit dat hij astma had meespeelde in
zijn beslissing om medicijnen te gaan studeren.
In 1953
studeerde hij af als arts en ging reizen door Zuid Amerika. In Guatemala zette
hij zich in voor het sociale hervormingsprogramma van President Arbenz
Guzman. Deze werd in 1954 vanuit
Honduras verdreven door opstandelingen die door de Verenigde Staten gesteund
werden. Hij ontmoette daar ook Hilda
Gadea, een Peruaanse activiste. Na twee jaar trouwen ze krijgen ze een dochter Hildita genaamd.
Che ontmoet
Fidel Castro in 1955 in Mexico. Fidel is door amnestie vrij gekomen, en de twee
sluiten een hechte vriendschap die 10 jaar duurde. Hij sloot zich aan bij de
beweging van de 26e juli. In november 1956 ging hij met de Cubaanse
rebellen naar Cuba. Om dictator Batista te verdrijven. Che had daar het bevel
over de belangrijkste guerrilla aanvallen, en bevrijd de stad Santa Clara. Na
de revolutie werd Che Cubaans staatsburger. Hilda en dochter Hildita komen aan
in Cuba, maar Che besluit om te gaan scheiden. In Santa Clara heeft Che Aleida
March ontmoet en ze gaan trouwen in
juni 1959. Ze krijgen 4 kinderen.
Nadat de
regering Castro was gevormd kreeg Che de leiding over de agrarische
hervormingen. Ook was hij directeur van de nationale bank, en voerde hij
besprekingen met de landen van het Warschau pact. Hij werd de belangrijkste
raadgever van Fidel Castro
In 1961 schreef
hij het boek, La guerra de guerrilleras, een handleiding voor revolutionaire
bewegingen.
In 1963 krijgt
Che steeds meer kritiek en Fidel besluit Che als ambassadeur van de revolutie
op reis te sturen. In Algiers geeft Che een speech waarin hij de USSR aanvalt
op hun handelsbeleid met de derde wereld. Hij is van mening dat men de derde
wereld alle mogelijke steun moet geven, zowel op militair als economisch
gebied.
Op 4 maart 1965
arriveert Che weer in Cuba, hij heeft een gesprek met Fidel Castro achter
gesloten deuren. Het is nooit bekend geworden wat er besproken is. Che vertrekt
in het geheim naar de Kongo waar een guerrillaoorlog woedt.
Ondertussen
begint het de Cubaanse bevolking op te vallen dat Che niet meer verschijnt bij
officiële gelegenheden. Er ontstonden geruchten dat Che en Fidel ruzie hadden,
of dat Che dood was. Om deze geruchten te ontzenuwen las Fidel de brief voor
die Che geschreven had. Een brief waarvan zijn bedoeling was dat deze pas
voorgelezen werd na zijn dood. In deze brief neemt hij afstand van zijn
functies in de regering.
Op 7 november
1966 vertrekt Che naar Bolivia, om de strijd tegen de Boliviaanse regering aan
te binden. De guerrilla campagne had geen kans van slagen. Na zware tochten
door de jungle worden ze door regeringtroepen ingesloten en opgepakt. Che word
op 39 jarige leeftijd op 8 oktober 1967 door regeringstroepen gedood.
In 1997, 30 jaar na zijn dood, worden zijn beenderen, gevonden in Villegrande. Cubaanse geologen zijn in opdracht van Fidel
Castro hiernaar op zoek gegaan. De beenderen worden overgebracht naar Cuba. De Cubaanse bevolking neemt op 17
oktober 1997 massaal afscheid van hun
held tijdens zijn officiële begrafenis. Er werd speciaal voor hem een mausoleum
gebouwd in Santa Clara, de stad waar Che met zijn medestrijders de overwinning
behaalde.
Afscheidsbrief van Che Guevara:
Havana
Year of agriculture
Fidel:
At this moment I remember many things. When I met you in Maria Antonia’s
house, when you suggested me coming,
all the tensions involved in the preparations.
One day they
asked who should be notified in case of death, and the real possibility of that
fact affected all. Later we knew
that it was true, that in revolution one wins and one dies (if it’s a
real one) many comrades fell along the way to victory.
Today
everything is less dramatic because we are more mature. But the fact is
repeated. I feel that I have fulfilled the part of my duty, that tied me to the Cuban revolution in its
territory, and I say goodbye to you, the comrades, and your people who are
already mine.
I formally renounce my position in the
national leadership of the party, my post as a minister, my rank of major, and
my Cuban citizenship. Nothing legal
binds me to Cuba. The only ties are of another nature: those, which cannot be
broken like appointments can.
Recalling my past life, I believe that I have worked
with sufficient honour and dedication to consolidate the revolutionary triumph.
My only serious failing was not having confided more in you from the first
moment in the Sierra Maestra and not having understood quickly enough your
qualities as a leader and revolutionary.
I have lived magnificent day’s and I felt at your side
the pride of belonging to our people in the brilliant yet sad day’s of the
Caribbean crisis. Few times has a statesman been more brilliant then you in
those days. I’m also proud of having followed you without hesitation,
identifying myself with your way of thinking and of appraising dangers and
principles. Other nations of the world call for my modest affords.
I can do that which is denied you because of your
responsibility at the head of Cuba and the time has come for us to part. I want
it known that I do it with mixed feelings of joy and sorrow: I leave here the
purest of my hopes as a builder, and the dearest of those I love. And I leave
people that received me as a son. That wounds me deeply. I carry to new
battlefronts the faith that you taught me, the revolutionary spirit of my
people, the feeling of fulfilling the most sacred of duties: to fight against
imperialism wherever I may be. This comforts and heals the deepest wounds.
I state once more that I free Cuba from any
responsibility, except that which stamps from its example. If my final hour
finds me under other skies, my last thought will be of this people and
especially of you.
I’m thankful for your teaching, your example, and I
will try to be faithful to the final consequents of my acts.
I have always being identified with the foreign policy
of our revolution, and I will continue to be.
Wherever I am, I will feel the responsibility of being
a Cuban revolutionary and as such I will behave.
I am not sorry that I leave my children and my wife
nothing material. I am happy it is that way. I ask nothing for them, as I know
the state will provide enough for their expenses and education.
I would like to say much to you and to our people, but
I feel it is not necessary. Words cannot express what I would want them to, and
I don’t think it is worthwhile to banter phrases.
Onward to victory always Patrio o muerte.
I embrace you with al my revolutionary fervor,
Che