![]()
“de Speciale Periode”
Nadat de rakettencrisis was
opgelost bleven de Verenigde staten zich vijandig gedragen ten opzichte van
Cuba. Cuba werd daarom bondgenoot van de Sovjet Unie. Fidel Castro wilde het
land een bredere economische basis geven, maar vele landgenoten die goed
geschoold waren, waren het land ontvlucht. Daar kwam bij dat door de sancties
tegen Cuba het niet mogelijk was om
machines te importeren. Dus werd suiker weer de belangrijkste vorm van
inkomsten.
Vakbonden werden opgeheven
en de media kwam onder controle te staan
van de regering. Katholieke priesters werden het land
uitgezet, prostituees werden terug naar school gestuurd, homoseksuelen werden
naar werkkampen gestuurd. In de jaren 60 ontstond een systeem van politieke
controle. De CDR werd opgericht. Deze
CDR’s hielden toezicht op de bevolking en brachten verslag uit over niet
toegestaan gedrag, wat gevangenisstraf tot gevolg kon hebben.
Ondertussen bleven de
Verenigde Staten pogingen ondernemen om Fidel Castro te vermoorden. Als reactie
daarop verhoogde de Sovjet Unie hun militaire en economische steun aan Cuba. De
Cubaanse strijdmachten werden hierdoor
de sterkste militaire macht van Latijns Amerika.
Cuba’s economie boekte grote
vooruitgang, en ook de gezondheidszorg stond op een hoog peil. Ziektens zoals
difterie, polio en tuberculose werden uitgeroeid, en de kindersterfte daalde.
Analfabetisme werd aangepakt en komt nu haast niet meer voor.
In 1976 werd de nieuwe
grondwet aangenomen, marxisme-lenisme zou voor altijd de grondslag van de
maatschappij zijn en de communistische partij de macht. Castro in plaats van
premier nu president.
Doordat in de regering een
aantal functies bekleed werden door leden die daar niet bekwaam voor waren ging
de levenstandaard op het eiland langzaam aan dalen. De bevolking uitte hun
ontevredenheid door protesten en de regering kwam met het besluit dat iedereen
die van Cuba wilde vertrekken toestemming kreeg.
Zo’n 125.000 Cubanen
vertrokken richting Amerika.Ondertussen liep de schuld aan de sovjet Unie op.
De regering besloot over te gaan tot rantsoenering van voedsel. Ook kreeg Cuba
internationaal veel kritiek, doordat politieke gevangenen gemarteld werden,
geestelijk of lichamelijk, of zelfs geëxecuteerd werden.
Door het uiteenstorten van
de Sovjet Unie in 1991 waren de gevolgen voor Cuba vernietigend.
Cuba verloor de
belangrijkste handelspartner, het land verloor 6 miljard dollar per jaar aan
economische hulp en 6 miljard aan importgoederen. Wederom moet Cuba hun
inkomsten uit de suikeroogst halen, en deze was het laagste sinds 30 jaar.
Omdat de Cubaanse regering
weigerde te kiezen voor hervormingen werd “de speciale periode”ingesteld als
overlevingsstrategie. Castro vertelde dat de broekriem moest worden aangehaald.
Vele dagelijkse levensbehoeften waren niet meer of nauwelijks te verkrijgen.
Tractoren werden vervangen door ossen. Via televisie programma’s werd de
bevolking verteld hoe ze hun eigen groenten moesten verbouwen en de
rantsoenering werd terug gebracht.
Paard en wagen werden weer
ingezet en goedkope olie werd gebruikt voor het opwekken van elektriciteit.
Een miljoen fietsen werden
er uit China geďmporteerd, en de bevolking werd opgedragen weer te gaan
fietsen. Er werd geen onderhoud gepleegd aan gebouwen, telefoons en liften
werken niet. Men moet in lange rijen staan voor hun goederen. Winkels zijn
leeg, Een stukje vlees kan op de zwarte
markt een maandsalaris kosten. Patiënten in ziekenhuizen moesten zelf hun lakens
mee brengen en er ontstond een tekort aan medicijnen. Er is een tekort aan
lesmateriaal, schriften, pennen e.d. Doordat er geen papier te krijgen is zijn
de kranten en tijdschriften verdwenen.
Artikelen die voor ons normaal zijn zoals zeep tandenpasta toiletpapier
en shampoo zijn daar luxe artikelen en niet te verkrijgen.
Deze speciale periode duurt
nog steeds voort.
Om de bevolking nog iet wat
tevreden te houden zijn enkele regels in 1991 versoepelt. Reizen naar het
buitenland werd mogelijk. De meeste politieke gevangen werden vrijgelaten en de
mensen kregen vrijheid van meningsuiting.
In 1993 kwam Cuba in een
absoluut dieptepunt, buitenlandse bedrijven kregen de mogelijkheid een
joint-venture te sluiten en kunnen op die manier ook profiteren van gunstige
belastingregelingen.
De Amerikaanse dollar werd
een wettig betaalmiddel en het aannemen van fooien werd toegestaan.
Mede dankzij de buitenlandse
investeringen en het toerisme is de economie zich sinds 1995 weer wat aan het
herstellen. Sinds eind 1994 levert Rusland weer olie.
Toen Paus Johannes Paulus Cuba bezocht in 1998 vroeg hij Castro gratie te verlenen aan een aantal politieke gevangenen. De Paus veroordeelde het handelsembargo. Castro liet tientallen politiek gevangen vrij en President Clinton stond toe dat er vanaf 1998 weer directe vluchten tussen Miami en Havana konden plaatsvinden.